De koloniale geschiedenis zit letterlijk in mijn DNA
Op 2 oktober 2026 werden de resultaten gepresenteerd van een omvangrijk onderzoek naar de rol van het Huis Oranje-Nassau in ons koloniale verleden. Zestig wetenschappers werkten er jarenlang aan. De resultaten vulden vijf boeken.
Als auteur van de Nederlands-Indische familieroman Wat de stilte droeg ging mijn aandacht als eerste naar Nederlands-Indië. Ik wilde weten welke rol de Oranjes daar speelden. Wat betekende het dat het KNIL, waarin mijn opa diende, het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger heette? Hoe keek Wilhelmina naar het militaire optreden en de onafhankelijkheidsstrijd die na 1945 losbarstte?
Het beeld wordt al snel scherper. Het Huis Oranje-Nassau stond helemaal niet op afstand. De Oranjes waren eeuwenlang nauw met het koloniale rijk verweven. Ze steunden het, profiteerden ervan en gaven er legitimiteit aan. Dat wist ik in grote lijnen, maar weten en werkelijk beseffen zijn twee verschillende dingen. Want terwijl ik las over Nederlands-Indië, slavernij en het Caribisch gebied, schoot er ineens één woord door mijn hoofd: Curaçao. Want ook daar ligt mijn familiegeschiedenis.
Via mijn oma Emma en haar moeder Jeanette Tinkelenberg-Schotborgh loopt mijn stamboom terug naar het Curaçao van de families Schotborgh, Kikkert en Van Uytrecht. Namen die ik goed ken uit mijn stamboomonderzoek, maar die door het Oranje-onderzoek ineens in een heel ander licht komen te staan. En daar wordt mijn familiegeschiedenis een stuk minder comfortabel om te vertellen.
Een van mijn voorouders is Albert Lambertsz Kikkert. Geboren op Vlieland, maar eind achttiende eeuw terechtgekomen op Curaçao. Door zijn huwelijk met Anna Maria Cornelia van Uytrecht trad hij toe tot de rijke, koloniale bovenlaag van het eiland. Mijn voorouders bezaten plantages. En mijn voorouders bezaten mensen.
Er is geen manier om die zin zachter te maken zonder de werkelijkheid geweld aan te doen. Het waren mannen, vrouwen en kinderen van wie het leven juridisch eigendom was van mijn familie. In de slavenregisters staat het zwart op wit: deze mensen gingen binnen mijn familie als erfenis over van moeder op dochter.
In 1795 kwamen op Curaçao honderden slaafgemaakte mensen in opstand onder leiding van Tula. Albert Kikkert, destijds kapitein van een oorlogsschip én plantagehouder, stond aan de andere kant. Hij was direct betrokken bij het hardhandig neerslaan van de opstand. Tula en mede-opstandeling Bastiaan Carpata, die door Kikkert zelf in slavernij werd gehouden, werden gevangengenomen en op gruwelijke wijze gemarteld en geëxecuteerd. Mijn voorouder beschreef die executies in zijn eigen scheepsjournaal.
Daar zat ik dan. Te lezen over een man wiens bloed via generaties uiteindelijk ook door mijn aderen loopt.
Als ik lees wat onderzoekers boven tafel halen over de Oranjes, moet ik ook bereid zijn om diezelfde vragen te stellen aan mijn eigen stamboom. En juist daar komen ze samen. Na de Franse tijd wilde koning Willem I het koloniale bestuur op Curaçao stevig herstellen. Hij benoemde in 1816 mijn voorouder Albert Kikkert tot gouverneur-generaal. Mijn eigen familie vertegenwoordigde dus letterlijk het gezag van de koning.
Generaties later verplaatste deze Schotborgh-lijn zich naar Nederlands-Indië. Daar kom ik uit bij mijn oma Emma en mijn opa Wout. Bij het KNIL, Palembang, de Japanse bezetting, de Birma-Siamspoorweg en de Bersiap. Mijn vader werd in 1947 geboren in Singaradja op Bali. Drie jaar later vertrok de familie naar Nederland.
Ik heb het afgelopen jaar vaak geschreven over wat mijn grootouders in de Oost is overkomen om het trauma te begrijpen. Maar familiegeschiedenis bestaat niet alleen uit verhalen waarin je voorouders slachtoffer waren. Daar horen ook de verhalen bij die je liever niet vindt: de voorouder die mensen bezat, de bestuurder die een koloniaal systeem handhaafde. Van verhalen over wat mijn familie is aangedaan, naar verhalen over wat mensen binnen mijn familie anderen hebben aangedaan.
Dat laatste is moeilijker te vertellen, maar het hoort er net zo goed bij. Ik draag niet de schuld van mijn voorouders, maar ik draag wel hun geschiedenis. Je kunt naar het Oranje-onderzoek kijken als een ver verleden, totdat je je eigen stamboom ernaast legt. Dan staan daar ineens dezelfde plekken, dezelfde tijd en hetzelfde koloniale systeem.
Ik begon ooit met een oude klapper vol brieven van mijn oma uit Nederlands-Indië. Ik had werkelijk geen idee dat die zoektocht mij uiteindelijk eeuwen terug zou brengen naar de plantages van Curaçao. Naar een deel van mijn geschiedenis waarover ik veel liever iets anders had ontdekt. Maar ook dit is van mij. Niet om trots op te zijn, niet om me schuldig over te voelen, wel om onder ogen te zien en niet opnieuw stil te maken. Want geschiedenis wordt niet eerlijker wanneer we alleen bewaren waar we trots op zijn.
Toen koning Willem-Alexander de resultaten van het onderzoek in ontvangst nam, sprak hij over een 'schrijnende en confronterende' conclusie. Dat is precies wat er gebeurt wanneer de grote, nationale geschiedenis tastbaar wordt aan de keukentafel. Dat ongemakkelijke gevoel over de rol van mijn eigen voorouders is wat ik voelde toen ik door het Oranje-onderzoek opnieuw naar mijn eigen stamboom keek. Het Oranje-onderzoek legde bloot hoe diep het koningshuis verweven was met het systeem, maar het opende voor mij vooral de ogen voor de manier waarop mijn eigen familie datzelfde koninklijke gezag in stand hield.
Het koloniale verleden staat voor mij niet meer alleen in geschiedenisboeken. Het staat in de archieven, het staat in mijn stamboom en het loopt van Curaçao naar Nederlands-Indië, door generaties heen, uiteindelijk naar mij. De koloniale geschiedenis zit letterlijk in mijn DNA.
Recent Posts





